Ongelijk.
Ik weet niet hoe het straks moet, pensioen, dat kan ik niet. Alle dagen thuis, echt niet. Ik kan dat toch niet niet kunnen? Ik heb wel tijd maar geen zin om op te ruimen, vakantie gehad maar geen tijd. Ik ben er wel aan begonnen toch? Sommige dingen zijn gewoon over, voorbij. Ik wil alle ruimte hebben om te kiezen, zelf te bepalen. Ik ben zo druk door de week, ik heb het weekeinde nodig om mensen te zien. Ik kom nooit ergens. Het huishouden gebeurd immers, het vuilnis verdwijnt. Honden worden uitgelaten en boodschappen gedaan. Onderhoud aan huis en tuin, vervanging waar nodig. Een luisterend oor, een Uber waar nodig. Wie betaald bepaald. Ik hoef dat niet te doen, ik vraag geen hulp, ik hou zelf mijn broek op. Had het nou aan mij gevraagd, nu betalen we weer de hoofdprijs. We gaan ook nooit uit, we zien nooit iemand, ik kom nergens. De honden stinken, eisen aandacht, gedragen zich niet goed, irriteren in het algemeen. Bomen staan in de weg, ik zie ze, schaduw niet nodig, meer...